PAUL 9: Een plaats geven

Gepubliceerd op 31 januari 2019 om 19:51

 

“Dus ik mist”, dacht Paul. Hij wist dat mist op de meest onvoorspelbare momenten kan komen opzetten. En dat het al je overige gedachten en ideeën naar de achtergrond verdringt. Hij wist dat mist de weide grijs, grauw en kleurloos maakt wanneer je er tot over je oren inzit, maar ook dat het iets moois en schitterend kan zijn, wanneer je er van een veilige afstand naar staat te kijken.

Dagenlang pijnigde Paul zijn kleine hersentjes, de rimpels op zijn voorhoofd werden dieper en dieper, en soms vergat hij gewoon dat hij ook nog moest gaan slapen. Hij was in gedachten verzonken.

Plots wist hij het. “Als ik de mist nu eens zou vangen?” “Dan zou ik zelf kunnen kiezen wanneer ik hem vrijlaat. Hij zal me niet meer plots overvallen, en ik zal er steeds voor zorgen dat ik hem bekijk van op een veilige afstand, op een moment dat ik dat zelf wil.”

De volgende ochtend was Paul al vroeg wakker. Vandaag zijn de rollen omgedraaid en is het zijn beurt om de mist te overvallen. Zijn plan was waterdicht.

Uiterst voorzichtig trok Paul zijn donkere sterrenmantel enkele centimeters opzij, om zo één enkele zonnestraal de kans te geven door te breken. Nu was het enkel nog een zaak van vingervlugheid om de opkringelende mist op te sluiten in een glazen bokaaltje. Paul besefte maar al te goed welke risico’s hij genomen had. Mist trekt steeds van onder naar boven, en als het gemis hem te snel was afgeweest, had het zich in zijn maag genesteld, en was het langzaam naar zijn hoofd getrokken om daar voor, niemand weet hoe lang, te blijven zitten. Om zijn gedachten grijs, grauw en kleurloos te maken.

Eenmaal weer aan de oude eik aangekomen, begon Paul onmiddellijk aan de bouw van de mooiste kooi die hij ooit had gezien. Niet binnen in de woonkamer, maar te midden van de weide, aan de kant waar de zon ondergaat, zodat hij ook ’s avonds de kans had het gemis te zien schitteren in de ondergaande lentezon.

Het zweet parelde van zijn voorhoofd, maar het resultaat mocht zeker gezien worden. De kooi was zo groot dat er geen einde aan leek te komen, en overal stonden de mooiste bloemen en het groenste gras waarin de mist zich zo graag terugtrok. Een kletterende waterval speelde een eeuwig durend achtergrondlied.

Enkele dagen gingen voorbij, maar het gemis leek niet gelukkig. Het sluimerde niet, maar zat onbeweeglijk in een hoekje. Zijn vacht was dof en zijn verenpak schitterde niet langer in de zon…

Paul verzonk opnieuw in gedachten. Hij had het gemis nu wel in zijn macht, maar het was niet meer mooi om naar te kijken. Zelfs niet van op een afstand. Hij besloot om het vrij te laten. Paul fluisterde het gemis nog iets in zijn oor en enkele ogenblikken later stoof het gemis het weiland in, ontvouwde zijn vleugels en sluimerde vrolijk in de richting van de laatste zonnestralen.

Paul was opgelucht, enkele dagen later maakt hij zich klaar voor de nacht. Het gedachtenboek ligt naast hem in bed. Hij bladert doorheen de mooiste gedachten, en kijkt naar de foto’s van het meisje. Hij leest haar laatste brieven en schrijft er zelf nog één terug.

Wanneer hij het boek weer opgeborgen heeft, en het groene kaarsje uit wil blazen, kijkt hij nog snel even over de weide.

Op een veilige afstand sluimert de mist in de ondergaande lentezon. Hij is niet langer grijs en grauw, maar kleurt zich in de mooiste tinten rood, roos en oranje. Het gemis is nog nooit zo mooi geweest.

Missen is jezelf laten weten, dat je haar nooit nog zal vergeten.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.